| Montessori en
onderwijs |
|
Dr Maria Montessori was een Italiaanse arts, die in de
casa dei babini haar unieke onder-wijs en
opvoedingsmethode ontwierp. Zelfstandigheid, het
zelfstandig maken van keuzes en de begeleidende
rol van de leerkracht vormen daarin belangrijke thema`s.
Ieder kind is anders en ontwikkelt zich anders. Het
Montessori onderwijs sluit hier naadloos op aan. |
|
|
|
De ontwikkeling van het kind |
|
Volgens Maria Montessori verloopt de ontwikkeling van de
mens volgens een bepaald plan: een aantal
opvolgende fasen die ieder mens doorloopt. Deze
ontwikkelingsfasen staan niet op zichzelf; elke fase
legt de basis voor de volgende.
0 tot 3 jaar:
In deze periode ontwikkelt het kind zich via zijn
'absorberende geest'. Dit is een periode waarin het
jonge kind veel informatie opneemt uit zijn omgeving.
Indrukken die het kind onbewust opdoet, dringen door in
zijn 'innerlijke leven'. Het kind verandert hierdoor en
het bouwt daarmee aan zijn persoonlijkheid. De
omgeving moet in deze fase voldoende prikkels bieden
dat het kind zich kan ontwikkelen. Het kind is dan al in
staat om elementen uit zijn omgeving te selecteren
waardoor het functies als praten, lopen, waarnemen,
voelen enz al zelfstandig kan ontwikkelen.
Die specifieke gerichtheid op bepaalde aspecten uit de
omgeving staat voor een 'gevoelige periode'
van het kind. In deze periode wil het kind geheel vanuit
zichzelf bepaalde functies ontwikkelen. De taak van de
ouders en de peuterspeelzaal is
om het kind voldoende indrukken en ervaringen aan
te bieden. |
|
|
3 tot 6 jaar:
Dit is al een echte schoolperiode, waarin kinderen veel
bewuster bewust indrukken opdoen. Het is de 'gevoelige
periode' voor het opdoen van zintuiglijke ervaringen,
voor waarnemingen in de omgeving, voor het leren van
woorden en voor omgang met situaties uit het dagelijks
leven. Het kind wil dan vooral zelf
handelen(zef doen?) en heeft gerichte aandacht voor het
nauwkeurige verloop van allerlei handelingen. Het herhaalt
met plezier vele malen de aangeleerde handelingen vanuit
een innerlijke behoefte deze te oefenen. Van groot
belang is een goed voorbereide omgeving waarin het kind
aan zijn behoefte tot ontwikkeling kan en mag voldoen.
De Montessori onderbouw is ingericht om actief deze
vorm van ontwikkeling te ondersteunen. Zo leren kleuters in
de Montessori onderbouw al lezen en rekenen met de
materialen. |
|
|
6 tot 12 jaar:
In deze periode veranderen de behoeften van de kinderen. Zij willen zich nu aansluiten bij anderen en
vooral gezamenlijk activiteiten ondernemen. Hun
belangstelling voor normen, waarden en regels wordt
groter.
Ze zijn in de 'gevoelige periode' voor het opnemen van
kennis en het verkrijgen van inzicht in de cultuur
waarin ze leven. Montessori vindt het belangrijk dat
kennis en maatschappelijke en sociale ervaringen
tegelijkertijd worden verworven. Wij noemen dat
tegenwoordig het leren omgaan met normen en en waarden. Hier
ligt de basis voor de maatschappelijke vorming. |
|
|
|
De school als leeromgeving |
|
Op school stellen we een voorbereide omgeving samen
waarin de kinderen materialen en activiteiten vinden
die passen bij hun ontwikkelingsfase en
belangstelling. Verschillen tussen kinderen vragen om
een actieve organisatie die continu inspeelt op de ontwikkeling van het individuele kind. In een
Montessori-groep zitten kinderen van verschillende
leeftijden bij elkaar. Zij kunnen van elkaar leren en
elkaar helpen. Het leren gaat op deze wijze hand
in hand met andere aspecten van persoonlijke
ontplooiing zoals sociale ontwikkeling,
taakgerichtheid en werk-houding, concentratie,
creativiteit en het lekker in zijn vel zitten van de
leerling.
Een kind moet vooral met plezier leren, "fluitend naar
school en huppelend naar huis." |
|
|
|
Zelfstandigheid |
|
Maria Montessori ontdekte dat het kind vanuit zichzelf
wil leren, het wil graag groot worden vanuit zichzelf.
Het motto 'Help mij het zelf te doen' bevat de kern
van het Montessori-onderwijs en de
Montessori-opvoeding. Het Montessori-onderwijs leert
de kinderen kiezen en biedt de kennis en de
vaardigheden aan, waarmee het kind zelfstandig de
omgeving kan verkennen en ervaren. Het kind wil los
komen van afhankelijkheid en steeds zelfstan-diger
worden. Daarom is het volgens Montessori belangrijk
dat het kind de vrijheid krijgt: om zijn omgeving te
ontdekken en de dingen zélf te doen die het zélf ook
kan. Het kind heeft daarbij de hulp van de leerkracht
nodig, De leerkracht begeleidt het kind in zijn
ontwikkeling en houdt de individuele voortgang
zorgvuldig bij in zijn administratie. Over de
ontwikkeling van uw kind wordt u uitvoerig
geďnformeerd in gesprekken en met
verslagen. |
|
|
|
De keuze voor het werk |
Een kind heeft een zekere vrijheid om zelf zijn werk
te kiezen en / of in te delen. De leerkracht begeleidt
het kind dusdanig, dat die keuze in de juiste
verhouding staat tot de mogelijkheden
(ontwikkelingsfase, talenten en beperkingen) van het
kind. Hierbij horen ook afspraken, die het samen leren
en leven in een groep mogelijk maken.
Een rustige werksfeer, waarin ieder kind de
mogelijkheid krijgt om prettig te kunnen werken, is
bijvoorbeeld zo'n afspraak. Dus niet vrijblijvend en
op meerdere momenten zeker verplichtend. Wij spreken
over "Vrijheid in Gebondenheid". Bij rondleidingen
door de school valt het de ouders altijd op in welke
rust de kinderen individueel werken en ook
samenwerken. |
|
|
|
Montessori materialen |
|
Kinderen werken met behulp van het materiaal aan hun
eigen ontwikkeling. Met concreet en symbolisch
materiaal krijgt het kind inzicht in moeilijke en
abstracte begrippen. Het materiaal nodigt uit om
zoveel mogelijk zintuigen te gebruiken teneinde kennis
op ter doen en die concreet te ervaren. Het nodigt ook
uit tot spontane herhaling van de handeling(en).
Hierdoor en door de manier waarop kinderen ermee
kunnen werken, gaan ze echt in hun bezigheid op. Het
materiaal ziet er aantrekkelijk uit en vormt
voortdurend een uitnodiging en dat is precies waar het
om gaat. |
|
|
|
Is mijn kind een Montessorikind? |
|
Dit is een vraag die ons regelmatig gesteld wordt. Wij
vinden dat ieder kind geschikt isvoor het
Montessorionderwijs. Naast het klassikaal en
groepsgericht onderwijs begeleiden we de kinderen
namelijk in grote mate individueel. Hierdoor biedt ons
onderwijs voor elk kind goede
ontplooiingsmogelijkheden. Een rustig, stil,
teruggetrokken kind krijgt een andere benadering dan
een meer dynamisch kind. Dit sluit aan bij de moderne
opvattingen van adaptief onderwijs. Het
Montessori-onderwijs zoekt voor ieder kind
afzonderlijk de beste manier om tot ontplooiing te
komen. We halen uit het kind 'wat erin zit'. Om een
leerling op de juiste manier te benaderen vinden we
een open relatie met ouders zeer belangrijk. |
|
Ouders kennen hun kind immers het beste….. |
|
|
Zelf handelen
De Montessorimethode gaat ervan uit, dat een kind
actief is bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid.
Een Montessorischool wil een omgeving zijn die het
kind voortdurend prikkelt tot zelf handelen. Hierbij
valt een deskundige leerkracht niet weg te denken.
Deze dient onder meer getraind te zijn in het
observeren van ieder kind afzonderlijk en in het
aanbieden op het goede moment van de specifieke
leermiddelen. Zowel de schoolleiding als
leerkrachten op Montessorischool "De Poort"
hebben dan ook de extra Montessori-opleiding gevolgd. |
|
|
|
De meest gestelde vragen oftewel de faq over het
Montessorionderwijs |
|
De
faq
over het Montessorionderwijs zijn
hier
bijeengebracht. Door het aanklikken
van de vraag verschijnt het desbetreffende antwoord. |
|
|
|
|
|
montessori in het kort >> |
|
print |
|
|